Genealogie project


Het Brugweidje

(Dit verhaal is niet af en kan ook door voortschrijdend inzicht nog veranderen.)

Ten noord westen van de huidige Kalkovensbrug ligt een stukje land, begrenst door ten zuid oosten de Trekvaart, ten zuid westen de Beeklaan en ten noord westen en noord oosten het dorp De Zilk. De naam Brechweijtgen (of Brugweidje) komt voor het eerst voor in 1667 in een akte uit het oud rechterlijk archief. Mogelijk is de naam pas ontstaan na het aanleggen van de Trekvaart en de bijbehorende brug naar De Zilk. Door de begrenzing van de Trekvaart en de Beek is de ligging van dit landje nog goed terug te vinden in het huidige landschap.

In de morgenboeken van Hillegom komen tot 1664 de volgende eigenaren voor:

In 1656 zijn een aantal kaarten gemaakt ten behoeve van de trekvaart Haarlem-Leiden.

Rijnland A-4663
Rijnland A-4663 1656, Behoort bij een overzichtskaart van de trekvaart Haarlem-Leiden
In het midden van de uitsnede van deze kaart is de huidige Kalkovensbrug te zien. Rechts daar boven vinden we land 24, van de weduwe van Jacob Jans Croon.

Van een deel van het Brugweidje is sinds 1656 het eigendom in handen van de stad Haarlem, dit is gebruikt voor de aanleg van de trekvaart Haarlem-Leiden. In de morgenboeken is dit eigendom echter pas na 1668 terig te vinden.

In 1667 verkoopt Trijntje Gerrits, de weduwe van Jacob Jans Croon het Brugweijdje voor 1378 guldens 13 stuijvers en 5 1/3 penningen aan Jacob Louris Langevelt en Cornelis Joosten van Diest de jonge. De verkoopster heeft echter bedongen dat als Cornelis Jacobs Croon, haar zoon, een stukje van 25 roeden van het land "begeerde", de verkopers dit zouden moeten toestaan tegen een prijs van 1 rijksdaalder per roede. Deze roeden zouden dan wel in een vierkant bij de brug moeten liggen. Mogelijk speelde hier het idee om een herberg of iets dergelijks te bouwen als pleisterplaats aan de trekvaart.

Jacob Lourise Langevelt en Cornelis Joosten van Diest de jonge hebben echter niet lang plezier gehad van hun stukje land. Adriaan Cornelise Akersloot naast het land op 4 maart 1667 en dit word door de schepenen van Hillegom op 10 augustus toegekend. Het land word door Jacob en Cornelis verkocht aan Adriaan Cornelise Akersloot voor 772 gulden contant en een schuld van 800 gulden. Dat Cornelis Jacobs Croon een stukje land van 25 roeden uit dit land zou mogen terugkopen komt bij deze verkoop niet mee voor.

In de morgenboeken van Hillegom is Adriaan Cornelise Akersloot eigenaar van dit stukje land van 1668 t/m 1712. En in 1679 is o.a. het land onderpand voor een schuld van 1300 gulden aan de heer Matheus van Steijn.

Gerrit Cornelise s'Gravenmade, getrouwd met Barbara Cornelise Akersloot, is de volgende eigenaar van het land. Hij koopt de helft van de kinderen van Maaerten Pauluse van Schooten en Grietje Adriaanse Akersloot. Mogelijk heeft Gerrit s'Gravenmade de andere helft al eerder gekocht of via zijn vrouw Barbara Akersloot gerfd. In de morgenboeken van 1720 en 1724 blijft Claas Adriaans Akersloot nog als eigenaar staan.

In de morgenboeken van 1728, 1732 en 1736 vinden we Hendrik Bijvoet, getrouwd met Barbara Cornelise Akersloot, weduwe van Gerrit Cornelise s'Gravenmade terug als eigenaar.

In de morgenboeken van 1812 en 1816 is mr Herman Willem Geerling eigenaar en ook in op de kadastrale kaart van 1832 is hij eigenaar. Door de jaren heen, van 1667, na de naasting door Adriaan Cornelis Akersloot, tot in ieder geval 1832 is het Brugweidje steeds in eigendom geweest van de eigenaar van de dichtbijgelegen Kalkovens. deze twee zijn dus sinds lange tijd onlosmakelijk met elkaar verbonden geweest.