Genealogie project persoon weergeven



Gerrit Matheuse Lindenburch

voor 1682 - na 1703


Deze persoon komt voor in het verhaal De molen op het duin




Relatie met: Crijntje Jans




19-05-1682:
Neeltje Engels weduwe wonende tot Lis
Aelbert Jansz Heemskerk (reeds overleden)
een roggen molentie (waarde 1150 guldens) staende opt duijn int westen van t dorp van Hillegom, belast met een erfpacht van 2 gulden volgens den erffpachtsbrieff in dato den 13 martij 1640

Aelbert Jansz Heemskerk partner van Neeltje Engels;
Arij Aelberts van den Bosch is voogd van Neeltje Engels;
Gerrit Matheusse Lindenburch is schuldig aan Neeltje Engels (1150 guldens in aparte akte dd 19-5-1682, als voldaen vertoont opten 26 november 1684);
Neeltje Engels is verkoper van een roggen molentie;
Gerrit Matheusse Lindenburch is koper van een roggen molentie;
de Graefflijcheijt is rondom belend aan een roggen molentie;

Bron: Hillegom Ora 1676 - 1690 Afb 102



26-11-1684:
Gerrit Matheusz Lindenburch molenaer wonende alhier
een roggen molentie staende opt duijn int noortwesten van t dorp, onderpand voor de schuld

Gerrit Matheusz Lindenburch is schuldig aan Dammas Achias van Dijck (300 caroli guldens, geroyeert opten 21 augustij 1686);
Gerrit Matheusz Lindenburch is eigenaar van een roggen molentie;
de Graeffelicheijt is rondom belend aan een roggen molentie;

Bron: Hillegom Ora 1676 - 1690 Afb 131



21-08-1686:
de Diakonij Armen alhier
een roggen molentie staende opt duijn ten noortwesten van t dorp van Hillegom, onderpand voor de schuld, belast met 2 gulden erffpacht s'jaars

Arent Meessen Langevelt diaken van de Diakonij Armen;
Philips Dirckse van Steijn diaken van de Diakonij Armen;
Gerrit Matheusz Lindenburch is schuldig aan de Diakonij Armen (1000 guldens);
de Graeffelicheijt is rondom belend aan een roggen molentie;

Bron: Hillegom Ora 1676 - 1690 Afb 145



29-05-1687:
de helft in twee huisen en erven (waarde 500 gulden)

Gerrit Matheusz Lindenburch is schuldig aan Huijch Cornelisz van Moerkercken (300 caroli guldens in aparte akte dd 29-5-1687);
Huijch Cornelisz van Moerkercken is verkoper van de helft in twee huisen en erven;
Gerrit Matheusz Lindenburch is koper van de helft in twee huisen en erven;
Willem Jansz Bierman is zuid west belend aan de helft in twee huisen en erven;
Arent van der Bijl is noord west belend aan de helft in twee huisen en erven;
Dammis Achius van Dijck is noord oost belend aan de helft in twee huisen en erven;
den Heerenwech is zuid oost belend aan de helft in twee huisen en erven;

Bron: Hillegom Ora 1676 - 1690 Afb 154



20-08-1688:
Gerrit Matheus Lindenburch molenaer alhier
domine Theodorus van Dobben predicant ten Hoorn op Tessel
een korenmolen staende op het duiijn ten noortwesten van het dorp van Hillegom, onderpand voor de schuld, belast met twee gulden erffpacht sjaars
een huijs staende ende gelegen inden dorpe van Hillegom, onderpand vooor de schuld

Gerrit Matheus Lindenburch is schuldig aan domine Theodorus van Dobben (1000 caroli guldens ende in sijn nootoirber verstreckt, op 7 meij 1691 wordt het huijs ontslagen als onderpand);
Gerrit Matheus Lindenburch is eigenaar van een korenmolen;
Gerrit Matheus Lindenburch is eigenaar van een huijs;
Willem Jansz Bierman is zuid west belend aan een huijs;
Arent van der Bijl is noord west belend aan een huijs;
Dammis Achias van Dijck is noord oost belend aan een huijs;
de Graefflicheijt is rondom belend aan een korenmolen;
den Heerenwech is zuid oost belend aan een huijs;

Bron: Hillegom Ora 1676 - 1690 Afb 175



08-05-1691:
Gerrit Matheusz Lindenburch molenaer
Anna Coenen wed
Louris Maertens (reeds overleden)
een halff huijs metten erve (waarde 675 gulden) staende ende gelegen inden dorpe van Hillegom

Louris Maertens partner van Anna Coenen;
Gerrit Matheusz Lindenburch is verkoper van een halff huijs metten erve;
Jacob Mourisz Sluijt is koper van een halff huijs metten erve;
Anna Coenen is eigenaar van de weder helft van een huijs metten erve;
Willem Jansz Bierman is zuid west belend aan een halff huijs metten erve;
Bruijn Arijens van der Bijl is noord west belend aan een halff huijs metten erve;
Dammis Achias is noord oost belend aan een halff huijs metten erve;
den Heerenwech is zuid oost belend aan een halff huijs metten erve;

Bron: Hillegom Ora 1690 - 1704 Afb 14



22-07-1691:
(datering van deze akte is 22 julij 1681)
domine Theodorus van Dobbe predicant op Tessel
domine Johannes Swalmius predicant alhier, sijn comparants swager
Gerrit Matheusz Lindenberch molenaer alhier
een hipoteecq brieff (waarde 1000 guldens)

domine Theodorus van Dobbe zwager van domine Johannes Swalmius;
Gerrit Matheusz Lindenberch belast met een hipoteecq brieff;
Gerrit Matheusz Lindenberch is eigenaar van een koren molen;
domine Theodorus van Dobbe is verkoper van een hipoteecq brieff;
domine Johannes Swalmius is koper van een hipoteecq brieff;
een koren molen onderpand voor een hipoteecq brieff;

Bron: Hillegom Ora 1690 - 1704 Afb 17



12-05-1696:
d Johannes Swalmius predicant alhier
een rogge molentie (waarde 1975 gulden) staende opt duijn int noortwesten vant dorp van Hillegom, belast met een erffpacht van 2 gulden sjaars

Gerrit Matheusz Lindenburgh is verkoper van een rogge molentie;
Joost Huijgen is koper van een rogge molentie;
d Johannes Swalmius belast een rogge molentie (met 500 guldens);
de Graefflicheijt is rondom belend aan een rogge molentie;
de Diakenij Armen belast een rogge molentie (met 1000 guldens);

Bron: Hillegom Ora 1690 - 1704 Afb 64



04-06-1699:
de molen tesamen belast met 1800 guldens
een koren molen (waarde 959 gulden 9 st boven de belastinge) staende opt duijn int noortwesten vant t dorp van Hillegom, belast met een erfpacht van 2 gulden sjaers volgens den erffpagtsbrieff in dato den 13 martij 1640
de Diakenij Armen tot Hillegom

Cornelis Gangelofsz Romeijn is verkoper van een koren molen;
Gerrit Matheusz Lindenburch is koper van een koren molen;
Dammis van Dijck belast een koren molen (800 gulden);
de Graefflicheijt is rondom belend aan een koren molen;
de Diakenij Armen belast een koren molen (1000 gulden);

Bron: Hillegom Ora 1690 - 1704 Afb 84



29-10-1699:
attestatie dat de deposanten op den vierden augustus deses jaers sijn versocht omme te visiteren seeckere sack die dito pachter van de molen hadde gehaelt off gemerckt was off niet, dat de molenaer sijnde van den voorn pachter wel met harde en schamer woorden is aangesproocken maer niet dat deselve molenaer geroepen heeft bueren off inwoonders van Hillegom
Gerrit Matheusz Lindenburgh molenaer alhier
David Goetval pachter van t gemael over Haerlem

Gerrit Matheusz Lindenburgh partner van Crijn Jans;
David Goetval;

Bron: Hillegom Ora 1690 - 1704 Afb 95



02-06-1702:
opden 10e januarij jongstleden uijtten hant verkogt
Angnietie Jans eerder wedu
Pieter Pieters Ousthoorn (reeds overleden)
een huijs metten erve (waarde 740 guld) staende inden dorpe van Hillegom met een thuijn daer agter

Joost Huijgh Cooningsbrugge partner van Marijtie Pieters Ousthoorn;
Cornelis Pieterse Hoogendijck partner van Angnietie Jans;
Pieter Pieters Ousthoorn partner van Angnietie Jans;
Marijtie Pieters Ousthoorn kind van Pieter Pieters Ousthoorn en Angnietie Jans;
Joost Huijgh Cooningsbrugge gemagtigd door Cornelis Pieterse Hoogendijck;
Willem Jans Bierman borg voor Gerrit Matteusse Lindenburgh;
Willem Maerts Sgrama borg voor Gerrit Matteusse Lindenburgh;
Willem Jans Bierman is zuid west belend aan een huijs metten erve;
Bruijn van der Bijl is noord west belend aan een huijs metten erve;
Dammis van Dijck is noord oost belend aan een huijs metten erve;
Joost Huijgh Cooningsbrugge is verkoper van een huijs metten erve;
Gerrit Matteusse Lindenburgh is koper van een huijs metten erve;
den Heerewech is zuid oost belend aan een huijs metten erve;

Bron: Hillegom Ora 1690 - 1704 Afb 118



15-08-1703:
Grietje Mattheus Lindenburgh te voorens wedue, zus van Gerrit
Cornelis Leendertse van Grieken (reeds overleden)
een kooren wintmolen staande inden ambagte van Hillegom met alle de gereetschappen daar toe behoorende, onderpand voor de schuld

Cornelis Leendertse van Grieken partner van Grietje Mattheus Lindenburgh;
Willem Heugelenburch partner van Grietje Mattheus Lindenburgh;
Gerrit Mattheus Lindenburgh is schuldig aan Grietje Mattheus Lindenburgh (1200 gulden);
Gerrit Mattheus Lindenburgh is eigenaar van een kooren wintmolen;
de Graeffelijckheijt is rondom belend aan een kooren wintmolen;

Bron: Hillegom Ora 1690 - 1704 Afb 128



03-08-1705:
uijt cragte van scheepens vonnisse alhier geabtineert bij Dammis van Dijck tot laste van Gerrit Matteusse Lindenburch in dato den 14 januarij 1705 mitsgaders naer voorgaende sommatie renovatie ende arrest daer op gevolgt en verders naer alle behoorlijcke publiquaties, proclamaties, subhastatien opveijlinge en anders solemniteijten in materije van executie gebruijckelijck op den 26 meij 1705 int regthuijs ten overstaen van schout en scgheepenen in publijqe veijling verkogt
Jan Moerkercken geswooren bode alhier
Krijn van der Sloot moolemaecker tot Amsterdam
een wint koorn moole (waarde 2830 guldens) maelende tarw en rogge, staende in dese ambacht op s'graeffelijckheijts duijnen

Dammis van Dijck belast Gerrit Matteusse Lindenburgh (met een schepen vonnis);
Krijn van der Sloot is schuldig aan Jan Moerkercken (1415 guldens in aparte akte dd 3-8-1705, gerooijeert actum den 16 meij 1706);
Jan Moerkercken is verkoper van een wint koorn moole;
Gerrit Matteusse Lindenburgh is eigenaar van een wint koorn moole;
Krijn van der Sloot is koper van een wint koorn moole;
de Graeffelijckheijt is rondom belend aan een wint koorn moole;
de Graeffelijckheijt belast een wint koorn moole (met 2 guldens jaerlijcx);

Bron: Hillegom Ora 1704 - 1721 Afb 30