Genealogie project object weergeven


een koren wind molen


Dit object komt voor in het verhaal De molen op het duin



05-05-1668:
Kniertje Jans onmondige suster
Jan Aelberts Heemskerck (reeds overleden), zalr
een koren wint molen (waarde 1350 car guldens) staende int duijn tot Hillegom
de Graeffelicheijt rondom belend aan de wint molen

Engel Jacobs van Brouckhuijsen partner van Grietje Jansd;
Aelbert Jans Hemskerck kind van Jan Aelberts Heemskerck;
Pieter Jans Heemskerck kind van Jan Aelberts Heemskerck;
Grietje Jansd kind van Jan Aelberts Heemskerck;
Kniertje Jans kind van Jan Aelberts Heemskerck;
Aelbert Jans Hemskerck is verkoper van een koren wint molen;
Pieter Jans Heemskerck is verkoper van een koren wint molen;
Grietje Jansd is verkoper van een koren wint molen;
Kniertje Jans is verkoper van een koren wint molen;
Absalon Meijnderts van Keuijere is koper van een koren wint molen;
de Graeffelicheijt belast een koren wint molen (met 2 guldens sjaers erffpacht, volgens de erffpachtsbrieff in dato den xiii martij 1640);

Bron: Hillegom Ora 1656 - 1676 Afb 194



28-05-1673:
Trijntje Jacobs weduwe
Absalon Meijnderts (reeds overleden)
een koren wintmolen (waarde 1350 car guldens) staende aende noordwestsijde vant dorp int duijn van Hillegom, belast met 2 gulden erffpacht sjaers volgens den erffpachtsbrieff in dato den xiii martij 1640

Absalon Meijnderts partner van Trijntje Jacobs;
Pieter Jansz Heemskerck partner van Antje Absalons;
Aelbert Jansz Heemskerck is schuldig aan Pieter Jansz Heemskerck (broeders, 1350 guldens in aparte akte dd 28 mei 1673, Aelbert Jans bekent op dezen brieff noch schuldig te wesen de somma van 140 guldens, actum den 23 junij 1679, geroyeert door Neeltge Engels wed van Aelbert Jans Heemskerck opten 15 december 1684);
Aelbert Jansz Heemskerck is koper van een koren wintmolen;
Trijntje Jacobs is verkoper van een koren wintmolen;
Claes Absalons is verkoper van een koren wintmolen;
Antje Absalons is verkoper van een koren wintmolen;
Heeren van Reekeningen is rondom belend aan een koren wintmolen;

Bron: Hillegom Ora 1656 - 1676 Afb 243



19-05-1682:
Neeltje Engels weduwe wonende tot Lis
Aelbert Jansz Heemskerk (reeds overleden)
een roggen molentie (waarde 1150 guldens) staende opt duijn int westen van t dorp van Hillegom, belast met een erfpacht van 2 gulden volgens den erffpachtsbrieff in dato den 13 martij 1640

Aelbert Jansz Heemskerk partner van Neeltje Engels;
Arij Aelberts van den Bosch is voogd van Neeltje Engels;
Gerrit Matheusse Lindenburch is schuldig aan Neeltje Engels (1150 guldens in aparte akte dd 19-5-1682, als voldaen vertoont opten 26 november 1684);
Neeltje Engels is verkoper van een roggen molentie;
Gerrit Matheusse Lindenburch is koper van een roggen molentie;
de Graefflijcheijt is rondom belend aan een roggen molentie;

Bron: Hillegom Ora 1676 - 1690 Afb 102



26-11-1684:
Gerrit Matheusz Lindenburch molenaer wonende alhier
een roggen molentie staende opt duijn int noortwesten van t dorp, onderpand voor de schuld

Gerrit Matheusz Lindenburch is schuldig aan Dammas Achias van Dijck (300 caroli guldens, geroyeert opten 21 augustij 1686);
Gerrit Matheusz Lindenburch is eigenaar van een roggen molentie;
de Graeffelicheijt is rondom belend aan een roggen molentie;

Bron: Hillegom Ora 1676 - 1690 Afb 131



21-08-1686:
de Diakonij Armen alhier
een roggen molentie staende opt duijn ten noortwesten van t dorp van Hillegom, onderpand voor de schuld, belast met 2 gulden erffpacht s'jaars

Arent Meessen Langevelt diaken van de Diakonij Armen;
Philips Dirckse van Steijn diaken van de Diakonij Armen;
Gerrit Matheusz Lindenburch is schuldig aan de Diakonij Armen (1000 guldens);
de Graeffelicheijt is rondom belend aan een roggen molentie;

Bron: Hillegom Ora 1676 - 1690 Afb 145



20-08-1688:
Gerrit Matheus Lindenburch molenaer alhier
domine Theodorus van Dobben predicant ten Hoorn op Tessel
een korenmolen staende op het duiijn ten noortwesten van het dorp van Hillegom, onderpand voor de schuld, belast met twee gulden erffpacht sjaars
een huijs staende ende gelegen inden dorpe van Hillegom, onderpand vooor de schuld

Gerrit Matheus Lindenburch is schuldig aan domine Theodorus van Dobben (1000 caroli guldens ende in sijn nootoirber verstreckt, op 7 meij 1691 wordt het huijs ontslagen als onderpand);
Gerrit Matheus Lindenburch is eigenaar van een korenmolen;
Gerrit Matheus Lindenburch is eigenaar van een huijs;
Willem Jansz Bierman is zuid west belend aan een huijs;
Arent van der Bijl is noord west belend aan een huijs;
Dammis Achias van Dijck is noord oost belend aan een huijs;
de Graefflicheijt is rondom belend aan een korenmolen;
den Heerenwech is zuid oost belend aan een huijs;

Bron: Hillegom Ora 1676 - 1690 Afb 175



22-07-1691:
(datering van deze akte is 22 julij 1681)
domine Theodorus van Dobbe predicant op Tessel
domine Johannes Swalmius predicant alhier, sijn comparants swager
Gerrit Matheusz Lindenberch molenaer alhier
een hipoteecq brieff (waarde 1000 guldens)

domine Theodorus van Dobbe zwager van domine Johannes Swalmius;
Gerrit Matheusz Lindenberch belast met een hipoteecq brieff;
Gerrit Matheusz Lindenberch is eigenaar van een koren molen;
domine Theodorus van Dobbe is verkoper van een hipoteecq brieff;
domine Johannes Swalmius is koper van een hipoteecq brieff;
een koren molen onderpand voor een hipoteecq brieff;

Bron: Hillegom Ora 1690 - 1704 Afb 17



12-05-1696:
d Johannes Swalmius predicant alhier
een rogge molentie (waarde 1975 gulden) staende opt duijn int noortwesten vant dorp van Hillegom, belast met een erffpacht van 2 gulden sjaars

Gerrit Matheusz Lindenburgh is verkoper van een rogge molentie;
Joost Huijgen is koper van een rogge molentie;
d Johannes Swalmius belast een rogge molentie (met 500 guldens);
de Graefflicheijt is rondom belend aan een rogge molentie;
de Diakenij Armen belast een rogge molentie (met 1000 guldens);

Bron: Hillegom Ora 1690 - 1704 Afb 64



12-05-1696:
Joost Huijgen jegenwoordigh molenaer alhier
domine Johannes Swalmius predicant tot Hillegom
een koornmolentie staende op het duijn ten Noortwesten vant dorp van Hillegom, onderpand voor de schuld, belast met 2 gulden erfpacht sjaars
een huijs ende erf jegenwoordigh bewoont werdende bij Joost Huijgen, staende ende gelegen inden dorpe van Hillegom, onderpand voor de schuld

Joost Huijgen is schuldig aan domine Johannes Swalmius (500 caroli guldens in sijn nootoirber verstreckt);
Pieter Pietersz Outshoorn schoonvader van Joost Huijgen;
Joost Huijgen is eigenaar van een koornmolentie;
Pieter Pietersz Outshoorn is eigenaar van een huijs ende erf;
Joost Huijgen bewoond een huijs ende erf;
Arent van der Bijl is noord west belend aan een huijs ende erf (met sijn gang);
Dammis Achias van Dijck is noord oost belend aan een huijs ende erf;
Willem Jansz Bierman is zuid west belend aan een huijs ende erf;
de Graeflicheijt is rondom belend aan een koornmolentie;
den Heerenwech is zuid oost belend aan een huijs ende erf;

Bron: Hillegom Ora 1690 - 1704 Afb 65



11-02-1698:
Cornelis Gangelofsz Romeijn woont op de Glip
een rogge molentie (waarde 2050 caroli guldens) staende opt duijn int noortwesten van het dorp van Hillegom, belast met een erfpacht van 2 gulden s'jaers
de Dijakenij Armen tot Hillegom

Joost Huijgen Coningsbrugge is verkoper van een rogge molentie;
Cornelis Gangelofsz Romeijn is koper van een rogge molentie;
de Graeflicheijt is rondom belend aan een rogge molentie;
de Dijakenij Armen belast een rogge molentie (1000 guldens);

Bron: Hillegom Ora 1690 - 1704 Afb 75



04-01-1699:
een huijs ende erff onderpand voor de schuld
een coorn molentje staende inde graefflicheijts duijn int noortwesten van den dorpe van Hillegom, onderpand voor de schuld

Cornelis Gangelofsz Romeijn is schuldig aan Dammis Achias van Dijck (800 gulden in sijn nootoirber ontfangen);
Willem Jansz van der Laan is zuid oost belend aan een huijs ende erff;
Jan Hendricxs Molensteech is zuid west belend aan een huijs ende erff;
Aelbert Jansz Beijnsdorp is noord west belend aan een huijs ende erff;
Cornelis Gangelofsz Romeijn is eigenaar van een huijs ende erff;
Cornelis Gangelofsz Romeijn is eigenaar van een coorn molentje;
de Molensteech is noord oost belend aan een huijs ende erff;

Bron: Hillegom Ora 1690 - 1704 Afb 80



04-06-1699:
de molen tesamen belast met 1800 guldens
een koren molen (waarde 959 gulden 9 st boven de belastinge) staende opt duijn int noortwesten vant t dorp van Hillegom, belast met een erfpacht van 2 gulden sjaers volgens den erffpagtsbrieff in dato den 13 martij 1640
de Diakenij Armen tot Hillegom

Cornelis Gangelofsz Romeijn is verkoper van een koren molen;
Gerrit Matheusz Lindenburch is koper van een koren molen;
Dammis van Dijck belast een koren molen (800 gulden);
de Graefflicheijt is rondom belend aan een koren molen;
de Diakenij Armen belast een koren molen (1000 gulden);

Bron: Hillegom Ora 1690 - 1704 Afb 84



15-08-1703:
Grietje Mattheus Lindenburgh te voorens wedue, zus van Gerrit
Cornelis Leendertse van Grieken (reeds overleden)
een kooren wintmolen staande inden ambagte van Hillegom met alle de gereetschappen daar toe behoorende, onderpand voor de schuld

Cornelis Leendertse van Grieken partner van Grietje Mattheus Lindenburgh;
Willem Heugelenburch partner van Grietje Mattheus Lindenburgh;
Gerrit Mattheus Lindenburgh is schuldig aan Grietje Mattheus Lindenburgh (1200 gulden);
Gerrit Mattheus Lindenburgh is eigenaar van een kooren wintmolen;
de Graeffelijckheijt is rondom belend aan een kooren wintmolen;

Bron: Hillegom Ora 1690 - 1704 Afb 128



03-08-1705:
uijt cragte van scheepens vonnisse alhier geabtineert bij Dammis van Dijck tot laste van Gerrit Matteusse Lindenburch in dato den 14 januarij 1705 mitsgaders naer voorgaende sommatie renovatie ende arrest daer op gevolgt en verders naer alle behoorlijcke publiquaties, proclamaties, subhastatien opveijlinge en anders solemniteijten in materije van executie gebruijckelijck op den 26 meij 1705 int regthuijs ten overstaen van schout en scgheepenen in publijqe veijling verkogt
Jan Moerkercken geswooren bode alhier
Krijn van der Sloot moolemaecker tot Amsterdam
een wint koorn moole (waarde 2830 guldens) maelende tarw en rogge, staende in dese ambacht op s'graeffelijckheijts duijnen

Dammis van Dijck belast Gerrit Matteusse Lindenburgh (met een schepen vonnis);
Krijn van der Sloot is schuldig aan Jan Moerkercken (1415 guldens in aparte akte dd 3-8-1705, gerooijeert actum den 16 meij 1706);
Jan Moerkercken is verkoper van een wint koorn moole;
Gerrit Matteusse Lindenburgh is eigenaar van een wint koorn moole;
Krijn van der Sloot is koper van een wint koorn moole;
de Graeffelijckheijt is rondom belend aan een wint koorn moole;
de Graeffelijckheijt belast een wint koorn moole (met 2 guldens jaerlijcx);

Bron: Hillegom Ora 1704 - 1721 Afb 30



10-02-1721:
kopie akte voor notaris Philippus Roos tot Amsterdam
mesjrs Claas Bakker mr houtsaagmolenaar
mesjrs Claas Jacobz mr houtsaagmolenaar
Crijn van der Sloot (reeds overleden)
een koorenmolen (waarde 2700 gulden) staande ende gelegen tot Hillegom

mesjrs Claas Bakker testament executeur van Crijn van der Sloot;
mesjrs Claas Jacobz testament executeur van Crijn van der Sloot;
mesjrs Claas Bakker machtigt de E Arnoldus Barneveld;
mesjrs Claas Jacobz machtigt de E Arnoldus Barneveld;
de E Arnoldus Barneveld is verkoper van een koorenmolen;
d e Jan Valkoog is koper van een koorenmolen;

Bron: Hillegom Ora 1704 - 1721 Afb 232



09-04-1721:
Arnoldus Barneveld wonende in de stad Leijden
Quirin van der Sloot (reeds overleden)
Jan Claase Valkoog onsen inwoner
een wind kooren mole (waarde 269 gldns (toegift op de erfportie)) in s'Gravelijkheijds duijne agter t'dorp in desen ambagte

Jan Claase Valkoog partner van Antonia Barneveld;
Arnoldus Barneveld is lasthebber van Claas Pieterz Bakker;
Arnoldus Barneveld is lasthebber van Claas Jacobz;
Claas Pieterz Bakker testament executeur van Quirin van der Sloot;
Claas Jacobz testament executeur van Quirin van der Sloot;
Antonia Barneveld erfgenaam van Quirin van der Sloot;
Jan Claase Valkoog is koper van een wind kooren mole (de gedeeltens van de verdere mede erfgenamen);
Claas Pieterz Bakker is verkoper van een wind kooren mole;
Claas Jacobz is verkoper van een wind kooren mole;
de Graaflijkheid is rondom belend aan een wind kooren mole;
de Graaflijkheid belast een wind kooren mole (met een jaarlijkse recognitie van twee guldens);

Bron: Hillegom Ora 1704 - 1721 Afb 224